|
Oorsprong en gebruik
De
beide Welsh corgi rassen stammen oorspronkelijk uit Wales. Ze danken hun naam
aan de streek waar ze vandaan komen. De Welsh Corgi Cardigan uit het graafschap
Cardiganshire en de
Welsh Corgi Pembroke uit Pembrokeshire Corgi's zijn gefokt
voor het drijven van vee.
Dit drijven
doen ze door luid blaffend de koeien in de hakken te bijten ( heeler ) Ze
dwingen respect af door weerbarstige koeien of stieren in de neus te bijten.
Corgi's zijn laagbenig gefokt om achteruitslaande bewegingen van de koeien
gemakkelijk te kunnen ontwijken.
Voor hun werk
moesten ze in staat zijn de kudde zelfstandig naar de weilanden te brengen en
deze, op bij de boerderij behorende landerijen, te houden en te
beschermen. s' Ávonds moesten ze de kudde weer terugbrengen.
Dit werk doen ze
nog steeds; ook nu worden ze nog regelmatig voor dit doel ingezet. De moderne
veehouder haalt zijn koeien tweemaal per dag naar de stal om te melken. Bij een
aantal veehouders doen corgi's dit werk. Als ze s' nachts in de stal blijven
waarschuwen ze ook als er wat bijzonders is, bijvoorbeeld als er een kalf
geboren moet worden.
Voor het hoeden van
schapen zijn de corgi's vanwege hun geblaf - bijtgedrag minder geschikt.
Ze kunnen het wel, maar moeten dan door de herder tot kalmte gemaand worden. Ze
bewaken ook over huis en erf en verdelgen het ongedierte
In Engeland is de
Pembroke vooral populaire geworden als hond van de Koninklijke familie.
Lange wandelingen
zijn voor de Corgi's, ondanks zijn korte pootjes, geen probleem. Het is echter
niet noodzakelijk dat hij ieder dag uren wandelt. Door zijn formaat kan de Corgi
gemakkelijk overal mee naar toe genomen worden; aan meegaan in de auto hebben ze in het
algemeen geen hekel.
|