Raad van Beheer.

Locatiecontroles

In 2012 zijn de locatiecontroles in het leven geroepen. Op grond van de Uitvoeringsregels kunnen buitendienstmedewerkers de gehele locatie controleren. Nadeel is echter dat de controle alleen kan plaatsvinden als een fokker een dienst bij de Raad van Beheer afneemt, waarbij gedacht moet worden aan het aanvragen van een kennelnaam of stambomen voor een nestje. De afgelopen periode is gebleken dat dit onvoldoende is. Het bestuur van de Raad van Beheer heeft daarom besloten om de Uitvoeringsregels aan te passen. Artikel 2.1 wordt zo uitgebreid dat een controle ook kan worden gedaan als bij de Raad van Beheer één of meer klachten zijn binnengekomen over de locatie van een fokker. Een dergelijke controle kan dan onaangekondigd plaatsvinden. De nieuwe regels treden op 1 november 2018 in werking.

De volledige Uitvoeringsregels Locatiecontrole vindt u op de website van de Raad van Beheer: https://www.houdenvanhonden.nl/fokken-met-je-hond/kennelnaam/.    Het bestuur hoopt hiermee meer handvatten te hebben om op te treden bij situaties zoals bij de Teckel-fokker in Woerden.


In onze serie artikelen in het kader van het Chinese Jaar van de Hond laten we u deze keer zien welke
karaktertrekken er horen bij mensen die in het Jaar van de Hond zijn geboren.
Zoals u in de onderstaande tabel kunt zien, maakt de Chinese astrologie ook nog verschil tussen diverse typen honden als het gaat om het teken van de Hond.

Zit uw geboortejaar erbij?
Type Hond Geboortejaar Karaktertrekken
Boshond         1934,1994 - Oprecht, betrouwbaar, attent, begripvol en geduldig
Vuurhond        1946,2006 - Intelligent, hardwerkend, eerlijk en oprecht
Aardehond      1958,2018 - Communicatief, serieus en voelt zich verantwoordelijk in het werk
Gouden Hond 1910,1970 - Conservatief, begeerlijk, voorzichtig en altijd bereid om anderen te helpen
Waterhond      1922,1982 - Dapper en zichzelf in het centrum zetten, zelfs schijnbaar egoïstisch. Kan goed omgaan met financiële problemen


Brief ECVO wijzigingen in Scheme  29-08-2016

European College of Veterinary Ophthalmologists (ECVO) - Hereditary Eye Disease Committee (HED), Nederlands oogpanel

Aan de bij de Raad van Beheer aangesloten Rasverenigingen

Betreft het HED “eye Scheme”

Informatiebrief voor rasverenigingen, fokkers en hondeneigenaren.

Het oogonderzoek op erfelijke afwijkingen en de notering van de resultaten ervan is geen statisch gebeuren. Veranderingen kunnen optreden. Dit moeten alle betrokkenen (eigenaars/fokkers, rasverenigingen én de panelleden) beseffen.

Voortschrijdend inzicht heeft de Hereditary Eye Disease Committee (HED) van de ECVO in 2016 doen besluiten tot het doorvoeren van enkele principiële wijzigingen in het ECVO-onderzoek op erfelijke oogafwijkingen en de wijze van noteren van de resultaten. In verband met de verwerking in datasystemen wordt wel steeds getracht het aantal wijzigingen in het noteringssysteem zo beperkt mogelijk te houden.

In deze brief vindt u de belangrijkste wijzigingen (met een beknopte uitleg). Meer uitleg kunt u vinden op de ECVO website: www.ECVO.org onder ‘Hereditary Eye Diseases’, vervolgens ‘Manual’ en ‘Guidelines’. Directe link: http://www.ecvo.org/index.php?option=comcontent&view=article&id=173&Itemid=701

  1. Er wordt thans gesproken van “erfelijke” of “als erfelijk beschouwde oogziekten”, afgekort: (E-EBOZ)

“Erfelijke” oogziekten: waarbij d.m.v. een DNA test of uitgebreide proefparingen de erfelijkheid en de wijze van overerving is vastgesteld (bijvoorbeeld een aantal tests voor progressieve retina atrofie - DNA mutaties, CEA, PHTVL-PHPV).

“Als erfelijk beschouwde” oogziekten: waarbij de ziekte o.a. in een sterk verhoogde frequentie en alleen in bepaalde rassen voorkomt. Bij deze oogziekten is een DNA test (nog) niet beschikbaar.

  1. Er wordt aanbevolen de ogen van alle honden en katten eerst te onderzoeken voordat de pupillen worden verwijd met oogdruppels, en in ieder geval bij een aantal specifieke rassen waarbij de afwijking beter te herkennen is bij een nauwe pupil of waarbij er risico bestaat op complicaties door de druppel (bijvoorbeeld bij een losliggende lens [luxatie] en glaucoom). De betreffende rassen staan in hoofdstuk 6 van de manual. In Duitsland en Noorwegen wordt dit zo gehanteerd, dit is echter tijdrovender en kosten verhogend en er is nog niet aangetoond dat dit bij alle rassen noodzakelijk is.

 

  1. De gevonden E-EBOZ worden steeds aangevinkt in de vakjes op het Rapport oogonderzoek van de ECVO, ook als van de oogafwijking bij dat betreffende ras geen problemen bekend zijn. Voorheen werd hiervoor “N.B.” gebruikt, waarmee werd aangegeven dat de betreffende oogziekte nog in onderzoek was en waarbij de rasvereniging werd geadviseerd dit te noteren zodat bij latere problemen door de afwijking deze dieren toch konden worden teruggevonden. Dit bleek in de praktijk tot ongelijke beoordelingen en adviezen te kunnen leiden.

Het zal nu dus voorkomen dat een oogafwijking wordt vermeld (aangevinkt) die bij dat betreffende ras (nog) geen problemen heeft opgeleverd. Dat heeft als gevolg dat in rasverenigingsreglementen niet meer eenvoudig kan worden gesteld dat de honden “vrij” moeten zijn van alle op het ECVO-onderzoeksformulier vermelde oogafwijkingen. Ook zal het voorkomen dat een hond bij eerder onderzoek een uitslag “NB niet vrij voor...” kreeg en nu “niet vrij voor ...”. Dat zal met name in de eerste jaren het geval zijn voor de afwijking Membrana Pupillaris Persistens (MPP). De Rasvereniging/FAC zal moeten beseffen dat de hond nu niet ineens een ernstige erfelijke afwijking heeft die er bij het voorgaande onderzoek niet was, maar dat de manier van noteren is gewijzigd.

In de hoofstukken 8 (Veterinary Ophthalmologists Advice) en 9 (afwijkingen per ras) kan worden gevonden bij welke rassen bepaalde E-EBOZ een rol spelen, wat de betekenis is voor het betroffen dier en welke de eventuele adviezen voor het gebruik van het dier in de fokkerij zijn. Daarnaast wordt aanvullende informatie over het specifieke ras gegeven, of het daarbij veel voorkomt en wat er verder bekend is over de afwijking (literatuur). Hoofdstuk 9 is echter nog incompleet, hieraan wordt door de diverse panels gewerkt.

Voor rasverenigingen en fokkers betekent dit dat zij deze informatie kunnen gebruiken bij de vaststelling van alle bij een ras voorkomende erfelijke afwijkingen en oogafwijkingen in het bijzonder. Zij zullen daarbij de afweging moeten maken welke prioriteiten er moeten worden gesteld, hoeveel fokmateriaal aanwezig is, en of en hoe streng fokregels moeten worden vastgesteld.

  1. Voor oogziekten vermeld onder no. 7 of 18 op de verklaring: “Andere” zijn standaard terminologie-lijstjes opgesteld zodat steeds de zelfde termen in alle databestanden van de deelnemende “ECVO-Scheme” landen en in het centrale ECVO databestand worden gebruikt.

De ECVO en het NL panel zijn zich er van bewust dat vooral het loslaten van de NB vermelding en dus het vermelden van alle gevonden (als) erfelijk(e) (beschouwde) oogafwijkingen meer zal vragen van de rasverenigingen en fokkers bij het bepalen van hun beleid. Anderzijds is het wel meer passend in het Beleid van de Raad van Beheer op Kynologisch gebied waarbij van rasverenigingen wordt gevraagd prioriteiten voor de bestrijding van álle binnen een ras bekende erfelijke afwijkingen vast te stellen.

Verder blijken er bij diverse fokkers en rasverenigingen onduidelijkheden te bestaan over de notering van distichiasis en ectopische ciliën. Daarom hieronder de tekst uit de ‘ECVO-Manual’ zoals die te vinden is op de site van de ECVO voor ‘distichiasis/ectopic cilia’

“Presumed inherited eye disease in many breeds; single or multiple hairs (cilia) from an abnormally located hair follicle in the eyelid margin, usually growing from or in between the Meibomian glands, and arising from the Meibomian duct openings, or emerging through the eyelid conjunctiva which

 

may cause ocular irritation. The defect is due to abnormal differentiation of a tarsal gland. Distichiasis usually occurs at an early age (<1-2 years), but may occur any time in life

No further details such as e.g. deleting or encircling distichiasis or ectopic cilia, or mentioning the

number of hairs, are to be written on the form.In chapter 8, The veterinary ophthalmologists’ breeding advice, the general advice for distichiasis/ectopic cilia is: “optional”, but in severe cases: “no breeding”. Thus in case of e.g. hard, stiff hairs, or ectopic cilia distinctly irritating the cornea, the examiner will also tick the box: “severe’ in the comment area.”

Vertaling: Als erfelijk beschouwde oogziekte in vele rassen; enkelvoudige of multipele haren (ciliën) vanuit een abnormaal gelokaliseerd haarzakje in de ooglidrand, meestal groeiend vanuit of tussen de Meibomse klieren, te voorschijn komend uit de openingen van de Meibomse klieren, of tevoorschijn komend door het bindvlies van het ooglid hetgeen irritatie kan veroorzaken. De afwijking is het gevolg van abnormale ontwikkeling van een klier. Distichiasis komt meestal voor op jonge leeftijd (<1­2 jaar), maar kan op elk moment in het leven optreden.

Op het formulier mogen geen verdere details worden geschreven, zoals doorstrepen of omcirkelen van distichiasis of ectopische ciliën, of het vermelden van het aantal haren. In hoofdstuk 8, het fokadvies vanuit de veterinaire oogspecialisten, is het algemene (fok)advies voor distichiasis/ectopische ciliën: ‘optioneel’, maar in ernstige gevallen: ‘niet fokken’ Dientengevolge zal in het geval van bijv. harde, stijve haren, of bij ectopische ciliën die duidelijk het hoornvlies irriteren, de onderzoeker het vakje ‘ernstig’ in (bij commentaar) aanvinken

Ook voor deze afwijking geldt dat de notering in de toekomst kan wijzigen.

Wij hopen met deze brief u duidelijkheid te hebben geven in de veranderingen die plaatsvinden, maar beseffen dat het een lastige materie is. Bij vragen kunt u natuurlijk contact met ons opnemen.

Met vriendelijke groet,

Namens het NL-ECVO oogpanel,

Dr. F.C. Stades (voorzitter) en drs. A. Heijn (secretaris) September 2016