Gedrag

Als huishond kenmerken ze zich door trouw en waakzaamheid. Ze zijn leergierig, attent, bereid voor de baas te werken en doen dit met veel plezier, het is een uitgesproken kindervriend. Ze hebben een pittig karakter, dat een consequent en rechtvaardige hand van de Baas nodig.

Het verdient aanbeveling met een Corgi te gaan werken, bijvoorbeeld een cursus gedrag en gehoorzaamheid, eventueel behendigheid of fly-ball; ze hebben een hekel aan een saai bestaan. Ze willen overal bij zijn en hebben de aanleg zich ook overal mee te bemoeien. Men moet het karakter van een Corgi niet onderschatten.

Op de leeftijd van ongeveer 6 tot 14 maanden ( pubertijd ) zal de Corgi proberen de leiding van de roedel ( het gezin ) op zich te nemen. Bij een juiste en consequente aanpak, met soms stevige correcties, erkent de Corgi zijn baas verder gedurende zijn leven

als de 'roedelleider'. U hebt dan een hond die iets speciaals heeft. Mensen die een Corgi bezitten of hebben bezeten, weten dat de Corgi  'iets' heeft, dat hem van andere honden onderscheidt.

De Cardigan en de Pembroke verschillen ook in karakter enigszins van elkaar. Pembrokes zijn in het algemeen wat serieuzer en iets pittiger. Cardigans zijn wat 'kwajongensachtiger' en mogen graag de clown uithangen.

De verschillen zijn globaal, men moet niet uit het oog verliezen, dat de beide rassen tot 1934 door elkaar werden gefokt.